De "Doe het zelf" zadelcheck


1.  Let op de boomwijdte, deze moet even breed/smal als het paard.
     zijn en de wervels vrij laten. (Het kussen zorgt voor de afstand tussen boom en 
     paardenrug).




2.  De boom moet evenwijdig lopen aan de ruggengraat. Het zadel moet op de
     rug zonder singel mooi in balans liggen en automatisch op de goede plaats  
     glijden.

3.  Het zadel moet achter het schouderblad liggen. De voorboom  (bevindt zich
     dan 2 a 3 vingers achter het schouderblad) van het zadel mag niet knellen en
     de druk moet van boven naar beneden gelijk blijven.

          

4.  De kussen moet aangesloten op het paard liggen met gelijke druk en
    een zo groot mogelijke draagoppervlakte. De vulling van de kussens moet   
    glad zijn, zonder bultjes en kuiltjes en zeker niet te hard gevuld. Je zou nog 
    een klein stukje leer moeten kunnen pakken tussen duim en wijsvinger

5.  Het kanaal tussen de kussens moet breed genoeg om de wervels mooi vrij te 
     laten liggen maar niet te breed waardoor het draagoppervlak te klein kan  
     worden en het zadel gaat wiebelen.

6.  Het zadel moet qua zitvlak horizontaal op het paard liggen zodat de ruiter
     moeiteloos in het diepste punt kan blijven zitten. Het diepste punt van het zadel
     moet bij voorkeur ook het diepste punt van de rug van het paard zijn.

7.  Bij het aansingelen moet de druk gelijkmatig verdeeld zijn (geen groter druk 
     achter schouderblad)

8.  Het draagvlak van de kussens mag niet voorbij de laatste rib op de lendenen
     drukken. Een te kort zadel is ook niet goed, het draagoppervlak waardoor  
     de druk verdeeld wordt is dan niet optimaal.
                                                                           

9.  De singel moet loodrecht naar beneden vastgemaakt kunnen worden en zo  
     netjes op de singelplaats (Het laagste punt aan de voorkant van de buik, 
     meestal ongeveer een handbreedte achter de elleboog) bevestigd kunnen 
     worden.

10.  De ruiter moet verticaal op het zadel kunnen zitten en genoeg ruimte in het 
      zadel hebben (handbreedte voor en achter). De knie moet ongeveer
      halverwege  het zweetblad of de wrong liggen. Het zadel moet de ruiter een  
      veilig en uitgebalanceerd gevoel geven.

 

Heb je twijfels na het nalopen van deze punten?
Aarzel niet en schakel een professional in!
Je kunt jezelf en je paard dan een hoop ellende besparen!