De “Doe het zelf” zadelcheck

Het blijft een lastig verhaal, past mijn zadel wel of niet. Zeker omdat er op zadelgebied zo veel grijs gebied is is het lastig om te beoordelen of de pasvorm en ligging nog ” goed genoeg’ is om het paard pijnvrij te laten werken. Ook heeft iedereen (stalgenoten, instructie, dierenarts, fysio etc) daar in paardenland zo zijn of haar mening over, waardoor het er voor jou als eigenaar niet altijd makkelijker op wordt gemaakt.

Met deze checklist kan je vast een paar punten nalopen waar je zadel in ieder geval aan moet voldoen. Dit wil niet zeggen dat je zadel als het voldoende scoort op deze punten ook echt geschikt is, maar het is een startpunt.

1.  Let op de boomwijdte, deze moet even breed/smal als de schouder van het paard. Je kunt dit zien door evt een pen op de schouder te leggen en dan te kijken of deze evenwijdig loopt met de boompunt van het zadel. De kamer moet breed genoeg zijn om de wervels vrij te laten maar niet zo breed dat de kussens uitsteken.
      (Het kussen zorgt voor de afstand tussen boom en paardenrug).
 

2.  De boom moet evenwijdig lopen aan de ruggengraat. Het zadel moet op de rug zonder singel mooi in balans liggen en automatisch op de goede plaats  glijden.

3.  Het zadel moet achter het schouderblad liggen. De voorboom  (bevindt zich dan 2 a 3 vingers achter het schouderblad) van het zadel mag niet knellen en de druk moet van boven naar beneden gelijk blijven.

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

4.  De kussen moet aangesloten op het paard liggen met gelijke druk en een zo groot mogelijke draagoppervlakte. De vulling van de kussens moet glad zijn, zonder bultjes en kuiltjes en zeker niet te hard gevuld. Je zou nog een klein stukje leer moeten kunnen pakken tussen duim en wijsvinger.

5.  Het kanaal tussen de kussens moet breed genoeg om de wervels mooi vrij te laten liggen maar niet te breed waardoor het draagoppervlak te klein kan   worden en het zadel gaat wiebelen.

6.  Het zadel moet qua zitvlak horizontaal op het paard liggen zodat de ruiter moeiteloos in het diepste punt kan blijven zitten. Het diepste punt van het zadel moet bij voorkeur ook het diepste punt van de rug van het paard zijn.

7.  Bij het aansingelen moet de druk gelijkmatig verdeeld zijn (geen groter druk achter schouderblad)

8.  Het draagvlak van de boom mag niet voorbij de laatste rib op de lendenen drukken. Een te kort zadel is ook niet goed, het draagoppervlak waardoor de druk verdeeld wordt is dan niet optimaal.
                                                                       

9.  De singel moet loodrecht naar beneden vastgemaakt kunnen worden en zo  netjes op de singelplaats (Het laagste punt aan de voorkant van de buik, meestal ongeveer een handbreedte achter de elleboog) bevestigd kunnen worden.

10.  De ruiter moet verticaal op het zadel kunnen zitten en genoeg ruimte in het zadel hebben (handbreedte voor en achter). De knie moet ongeveer halverwege  het zweetblad of de wrong liggen. Het zadel moet de ruiter een veilig en uitgebalanceerd gevoel geven.

 

 

 

 

Heb je twijfels na het nalopen van deze punten?
Aarzel niet en schakel een professional in!
Je kunt jezelf en je paard dan een hoop ellende besparen!